Welzijn in de 21e eeuw

Op zoek naar innovaties en innovatief organiseren in de sociale sector

ESSAY

 

SHIFT HAPPENS

Prenten van Jörg Müller van het Zwitserse dorp Güllen door de jaren heen. De kat verandert niet (klik hier voor een grotere weergave). De titel boven de prenten, shift happens, komt van Adjiedj Bakas.

De boodschap? We staan aan de vooravond van een totaal nieuwe tijd waarin de mensen slimmer en socialer zijn dan ooit tevoren. Toch zullen er individuen zijn die niet meekomen vanwege een beperking, afkomst, slijtage, een life-event of een ongeval. En niemand hebben die ze helpt. Gaan we dat oplossen met het welzijnswerk van 1970? 1990? 2011? Zit daar dan verschil tussen? Echt? Of is welzijnswerk die witte kat die altijd dezelfde blijft?

Blogteksten

I love Facebook!

Ik hou heel erg van sociale media. Dat steek ik niet onder stoelen of banken. Al jaren predik ik dat welzijnswerkers hier enorm hun voordeel…

Doorgaan

Door Kim Baesjou geplaatst op 27 Februari 2015 om 13.54

Scherpe woorden

Ooit was er die Duitse filosoof die stelde dat er na Auschwitz niet meer gesproken kan worden van de humanistische verworvenheden van de westerse samenleving. Dat  was…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 5 Januari 2015 om 9.18

Blij in de herfst: Koffie, voorlezen en de sociaal makelaar #activering #participatie

Buiten is het echt herfst en er is geen enkele peuter die zijn moeder bereid heeft gevonden om naar het speelhonk te komen. Geen luisteraars dus voor voorlees omi Annelies. Ik haal…

Doorgaan

Door Jeroen Ouwerkerk geplaatst op 15 December 2014 om 15.08 — 1 commentaar

Burgerinitiatieven die gaan voor gemeentesubsidies: ‘histoire se répète’

Onder druk worden soms de mooiste prestaties geleverd op sportief, cultureel en artistiek gebied.

Facebook staat vol van die voorbeelden.…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 12 Oktober 2014 om 18.57

De magie van het burgerinitiatief

Zeg in een gezelschap dat je bezig bent met een burgerinitiatief en alle ogen gaan in jouw richting.

Immers ‘betrokken burgers’ vormen de nieuwe voorhoede van een…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 17 Mei 2014 om 19.46

Naar een transitie met visie.

 De wijkmanager zegt: ”Ik kan de hele week wel doorbrengen met het aflopen van congressen en seminars over de ‘kanteling”.

Het geeft mij een beeld van ambtenaren en…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 29 Maart 2014 om 8.12

Geen burger zonder initiatief, geen gemeente mét overzicht

Als mijn stad Amersfoort representatief is voor de opkomst van burgerinitiatieven (BI’s) , dan ziet het er rooskleurig uit voor de rol die de burger gaat spelen binnen de kanteling van het sociaal domein.  De…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 23 Maart 2014 om 9.30

‘Bewoners aan zet’: een conferentie voor de burger

In de professionele wereld van zorg+welzijn, gaat er geen week voorbij of er wordt wel een conferentie gehouden over de transities die in gang zijn gezet. In de media verschijnen alarmerende berichten over…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 23 Maart 2014 om 9.25

De onbetaalde professional als de nieuwste variant van maatschappelijke uitbuiting

Geen conferentie over de transities zorg+welzijn en participatie, geen beleidsnota over het sociaal domein of de loftrompet wordt gestoken over de ‘nieuwe burger’ die zich dient te transformeren tot hoeder van de…

Doorgaan

Door Daan Vosskuhler geplaatst op 15 Februari 2014 om 9.41

Het glas halfvol. Waarom marktdenken en meedoen niet samengaan

Soms denk ik dat het marktdenken in welzijn en zorg nu wel zijn langste tijd heeft gehad maar niets lijkt minder waar. Waar ik ook maar kom, steeds weer zie ik professionals, managers, bestuurders volop bezig werk binnen te houden. Met name zie…

Doorgaan

Door John Beckers geplaatst op 24 December 2013 om 8.30

DE WERELD IN 2020

Van kaasstolp naar jungle

Breda, mei 2008 - Als klanten meer te zeggen krijgen, krijgen bestuurders minder te zeggen. De regie verhuist van de directiekamer naar de klanten. Bestuurders en organisaties moeten volgen. Van monovocaal wordt regie polyvocaal, maar feitelijk is er dan geen regie meer. We regisseren elkaar. Dat is in een notendop de stelling die John Beckers, bestuurder van WIJ, voorlegde aan een gezelschap Bredase managers en bestuurders. Wij in 2020, was het onderwerp van gesprek.

  1. Kaasstolp
  2. De droom
  3. Zaktelefoon
  4. De zappende burger
  5. Koning klant
  6. De verliezers
  7. Social marketing
  8. Gazelle-denken
  9. Meten wat er toe doet
  10. Jungle

In 10 minuten een betekenisvolle inleiding houden over een visie die gaat over de samenleving en dan ook nog over hoe die zal zijn in 2020 is een hele opgave. Een bedrijf in de marktsector kijkt niet verder dan de eigen producten, en dat zijn er vaak maar een paar, en durft amper meer dan 3 maanden vooruit te kijken, laat staan 12 jaar. Bedrijven weten dat ze steeds afhankelijker worden van wat mensen willen en wat andere bedrijven doen. Voortdurend moeten ze zich aanpassen en in dat aanpassen moeten ze uitblinken. Kortom, ik hoop dat ik aan de hoge verwachtingen kan beantwoorden. Om mijzelf te helpen heb ik 10 woorden opgeschreven die me bij de les houden en ervoor zorgen dat ik straks uit kom waar ik uit wil komen. Het eerste woord op dit lijstje is het woord …….

1. Kaasstolp

 Onder een kaasstolp zijn de dingen onder controle en beheersbaar. Ik denk terug aan Breda Noordoost toen we daar in 2003 startten met Geschikt Wonen voor Iedereen. Toen keken we ook 12 jaar vooruit, van 2003 tot 2015, en ook toen heb ik aandacht gevraagd voor het gegeven dat de mensen en de wereld veranderen maar ik kreeg het niet op de agenda. De prognoses hadden louter betrekking op harde gegevens. Cijfers. Hoeveel ouderen en gehandicapten er in 2015 zouden zijn, hoeveel aangepaste woningen dan nodig zijn en hoeveel er daarvan clusterwoning zouden moeten zijn. De zorg en hulp die dan nodig zijn. Enzovoorts.

Tegelijk gebeurden er buiten Breda dingen die van grote invloed zouden zijn op wat er in Breda zou gaan gebeuren maar onder de kaasstolp heb je daar geen last van. Hoe minder je naar de echte wereld kijkt, hoe maakbaarder die is. Een goed voorbeeld is de WMO. Die was er in 2003 niet en dus werd daar geen aandacht aan besteed.

Nu lijkt iedereen bezig met de WMO terwijl de WMO alleen maar een actuele vertaling is van een veel bredere trend van ontzorging en ontstatelijking. Een overheid die steeds meer verantwoordelijkheid bij de burgers legt. Een financiering die van de overheid wordt verlegd naar de burgers of via de burgers naar verzekeraars, in ieder geval weg bij de overheid vandaan.

Die lijn is er al sinds begin jaren 80 en zal ook nog een tijd doorzetten. Zou de gemeente Breda zich in 2020 verantwoordelijk voelen voor dezelfde zaken als waarvoor ze zich vandaag verantwoordelijk voelt? Volgens mij moet je daar goed over nadenken want misschien neem je wel teveel hooi op je vork of juist te weinig. Of kun je nu al veel scherpere keuzes maken en dus effectiever zijn.

Zelf zie ik bijvoorbeeld enorme kansen in de babyboomers die eraan komen. Dat is een vrijwilligersreservoir om je vingers bij af te likken. Vitaal, draagkrachtig en allemaal op zoek naar zingeving. Maar die kans gaan we alleen benutten als we ons HRM-beleid daar helemaal op enten.

Voor diegenen die denken dat HRM net zoiets is als personeelsbeleid: HRM is klantsturing maar dan met je medewerkers of vrijwilligers als klant. Dus niet als leidinggevende je mensen achter hun broek aan zitten, ze bang maken en afrekenen, maar talenten naar boven halen, zorgen dat ze het fijn vinden om hun talenten voor jou in te zetten. Pleziermanagement. Die enorme hoop potentiële vrijwilligers kunnen we straks alleen aanspreken als we het vrijwilligerswerk zo plezierig maken dat de vrijwilligers ervoor zouden willen betalen om het te mogen doen. Bij wijze van spreken.

Hou vast, over de kaasstolp: we kunnen visies bedenken tot we een ons wegen, als we niet om ons heen kijken wat er op ons af komt leidt het tot niks.

2. De droom

Dan nog, dromen blijft gezond want dromen inspireren en als je samen droomt geeft dat richting. Je kunt de toekomst misschien niet voorspellen, je kunt er wel invloed op uitoefenen en dan is het goed om te weten hoe we vinden dat ons ideale Breda er in 2020 uit ziet.

Dat is ook de waarde van dit traject waarin met organisaties en straks ook met de burgers die droom of richting in beeld wordt gebracht. Ongetwijfeld wordt dat een mooi en modern verhaal. Niet alleen dat iedereen het goed heeft straks maar dat ook iedereen daarvoor de handen uit de mouwen steekt. Dat Breda een stad van de mensen is en die mensen samen de stad maken. In de gemeente Den Haag is dat zelfs de titel van de maatschappelijke visie. Mensen maken de stad.

Kort door de bocht: een aantrekkelijke stad waar burgers en mensen van buiten graag komen, met een bloeiende economie met een stevige pijler recreatie en vrije tijd. Breda als belevenis. Iedereen heeft werk, zit op school of studeert, of levert op een andere manier een bijdrage aan de stad. De Bredanaar van 2020 heeft een goed oog en een warm hart voor de omgeving en de mede-Bredanaars. Ze houden rekening met elkaar en helpen elkaar als dat nodig is in de vorm van burenhulp of vrijwilligerswerk. Veiligheid, leefbaarheid en zorg zijn vanzelfsprekend, of je nu oud of jong bent, wit of zwart, hetero of homo, thuis of op straat, overdag en ’s nachts. Wie zorg nodig heeft kan die krijgen in de eigen buurt en hoeft er niet voor te verhuizen. De economische motor die dat mogelijk maakt draait op de goede infrastructuur, goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk woningaanbod voor nieuwe Bredanaars die hier komen wonen omdat hier leuk werk voor ze is. Een prachtige stad dus om in te vertoeven.

Of dit de droom is die straks uit de discussie met de stad komt zal moeten blijken maar iets dergelijks zal het gaan worden. Dromen zijn bovendien a-politiek, dus zullen we het over dit gedroomde Breda ook wel eens worden.

Het risico daarna is natuurlijk dat je die ideale stad gaat vergelijken met de stad van nu. We hebben dan een strategic gap en we kunnen gaan plannen. Ingenieurs aan het werk zetten, bouwtekeningen maken, geld erbij, uitvoerders aan het werk en dan komt die ideale stad er vanzelf. Reizen heet dit in de veranderkunde. Je volgens plan verplaatsen van situatie A naar situatie B.

Het probleem met reizen, als die reis 12 jaar duurt, is dat onderweg je bestemming verandert en ook het landschap waar je doorheen reist, en je verandert zelf. Daar past een ingenieursbenadering niet bij. Het alternatief is trekken: elke keer bekijk je met de hele club hoe het ervoor staat en hoe je door kan, en dan trek je verder. Dan weet je nu niet precies hoe het er in 2020 uitziet en hoe je dat gaat doen. Wat je wel hebt is die droom, de globale richting – dat er geen dropouts meer zijn in het onderwijs bijvoorbeeld – en al werkende vullen we samen in wat dat concreet betekent.

Mijn derde woord gaat over die wereld die verandert. Het woord is …….

3. Zaktelefoon

Zo heette het ding dat ik 12 jaar geleden – als je 12 jaar vooruit kijkt is het ook goed om even 12 jaar terug te kijken – kreeg van mijn toenmalige directeur. Een groot zwart gevaarte van dik een pond waar je een half uur in kon praten en dan was de batterij op. Piepers kenden we al wat langer maar dit was wel het summum. Niet dat ik zo’n ding nodig had maar die directeur wilde er zelf graag een want dan kon hij mij altijd bereiken, waar ik ook was en waar hij ook was, en ik hem idem dito.

Dat is wat je noemt onbewust bekwaam. Lang voordat de boeken over de nieuwe economie verschenen wist hij al, zonder het te beseffen, dat in de nieuwe economie dingen meer waard zijn, niet als er minder van is zoals met goud of diamanten, maar als er meer van is. Google, wikipedia, de mobiele telefoons – hun waarde wordt groter naarmate er meer mensen gebruik van maken.

Dat principe zet de wereld op zijn kop. Als je nagaat wat daarin is veranderd sinds 1996 en dat doortrekt naar 2020 besef je pas hoe ingrijpend dat zal zijn. Veel ingrijpender vermoedelijk dan we ons nu realiseren, al was het maar omdat wij veertigers, vijftigers, al lang niet meer bij zijn. We hebben dan wel allemaal een emailadres maar email is hopeloos ouderwets. Communiceren doe je realtime met MSN en als je veel te communiceren hebt heb je een weblog. Sommigen van jullie, ben ik nagegaan, hebben wel al een profiel op Linkedin. Maar Hyves of MySpace, zag ik, is dan weer een brug te ver en dingen als Digg, Twitter of een eigen wiki natuurlijk helemaal.

Toch zijn dat de plekken waar het gebeurt. Waar de mensen zitten die het straks, in 2020, voor het zeggen hebben. Hoe ziet jullie wereld eruit in 2020? Betalen met je mobiel zal nog wel lukken, maar komen jullie met de rest ook mee?

4. De zappende burger

 Niet alleen de wereld verandert, wij zelf dus ook. Digitalisering, maar ook andere trends zoals globalisering en internationalisering hebben een enorme impact op ons persoonlijk leven. Wij zijn heel andere mensen dan 12 jaar geleden. We stellen veel hogere eisen, hebben minder geduld, kunnen het aanbod van allerlei bedrijven direct met elkaar vergelijken, en we maken geen onderscheid tussen profit en non-profit. Als ik weet hoe het in een gewoon hotel is verwacht ik dezelfde kwaliteit van een zorghotel. Niet morgen maar nu.

En wat geldt voor consumeren geldt ook voor produceren. De krapte op de arbeidsmarkt zal flink groeien wat betekent dat de moderne werknemers veel meer keus krijgen en vaker en gemakkelijker van baan zullen veranderen. Gewoon omdat het bij een ander bedrijf, op dit moment, net iets beter geregeld is. En tussendoor blijf je om je heen kijken hoe lang dat zo blijft.

De Belg Fons van Dyck heeft daar een mooi boek over geschreven met de titel Het Merk Mens. Hij noemt het de Google-norm. “Google heeft de consument geleerd dat alle wensen in een fractie van een seconde kunnen worden ingelost door een simpele muisklik. En dan wacht het grootste keuzeaanbod waarvan niemand ooit kon dromen. Helemaal gratis zelfs, 24 uur per dag en 7 dagen per week”.

Ik hoef alleen maar naar mezelf te kijken. Gisteren was ik op bezoek bij een vriendin die tijdelijk in een verzorgingshuis woont. Perfect personeel, goedgeluimd, aardig – maar de gaarkeukenlucht die je tegemoet komt als je binnenkomt. De beschadigde stootranden langs de wanden. De ziekenhuisvloer. De witte jassen van het personeel. De versierselen aan de wand die je op de rommelmarkt nog niet verkocht kan krijgen. Dat wil nu al niemand meer en straks helemaal niet.

Je kunt dat veeleisend noemen maar ik noem het kwaliteit. Mensen willen gewoon goede spullen, goede diensten, en het moet ook verantwoord zijn. Je krijgt dus een Breda vol met sterke individuen die de baas zijn over hun eigen wereld, lak hebben aan autoriteit en op voet van gelijkheid communiceren met gezagsdragers en instanties – en tegelijk participeren in tal van netwerken en gemeenschappen.

De individuen van 2020 en nu ook al zijn niet die van het ik-tijdperk uit de jaren 70. Het zijn sociale individuen die geïnvolveerd zijn en doorlopend verbinding maken in wisselende verbanden. Maar waar en hoe ze zich ook engageren, het moet zin hebben. Ze willen dat wat ze doen rendeert. Hun inzet moet leiden tot concrete en tastbare resultaten, anders hoeft het niet.

5. Koning klant

 Voor organisaties, bedrijven en ook publieke organisaties als een gemeente betekent dit dat ze aan steeds hogere eisen moeten gaan voldoen. De klanten, burgers, cliënten krijgen steeds meer regie over onze bedrijfsprocessen, niet direct maar door hun eisen, via hun profielen, door aanbod van verschillende leveranciers on-line te vergelijken. Je hoeft je daar als leverancier niets van aan te trekken maar dan prijs je jezelf uit de markt. Zoals Agfa en Kodak die maar niet wilden begrijpen dat mensen geen behoefte meer hebben aan fotorolletjes.

On-line betalen, reizen boeken of een auto kopen – dat heeft pas de afgelopen 5 jaar een enorme vlucht genomen. Over 12 jaar is dat veel en veel verder. Ook in de collectieve sector. Kun je zeggen dat mensen nu al ontzettend verwend zijn, in 2020 is dat nog veel meer het geval. Alles is verkrijgbaar, goed, snel, en goedkoop want de concurrentie is moordend.

Je moet dus steeds meer met je klanten mee, wil je betekenis voor ze blijven houden. Klanten vragen om organisaties en dienstverleners met invoelend vermogen, toewijding, passie. Dat zijn dingen die je niet kunt verordonneren. Dat zijn typisch zaken die medewerkers uit zichzelf moeten laten zien. Het snelst krijg je het in een organisatie voor elkaar door het van boven naar beneden als voorbeeld door te geven. Dus door als bestuurder passie, toewijding, invoelend vermogen richting je managers te laten zien, en als manager hetzelfde richting de medewerkers.

Een overbodige vraag maar hoeveel van jullie zijn daar elke dag mee bezig? Met het zelf laten zien, in je gedrag, van passie, aandacht, respect? Hoeveel van jullie zijn elke dag bezig om jullie medewerkers te helpen zo goed mogelijk hun klanten van dienst te zijn?

Passie dus, weten wie je als klant wil hebben en wat die klanten belangrijk vinden, en dat perfect gaan doen. Ik wens, voor 2020, dat alle organisaties die dan in Breda actief zijn, dat hebben. Als we allemaal gaan voor het beste voor onze klanten kunnen we elkaar onmogelijk in de weg zitten.

Het schrikbeeld dat ik heb is een collectieve en een publieke sector die door blijven modderen, niet kiezen voor klanten en een kwaliteit bieden die straks niemand meer wil hebben, alleen de mensen die geen alternatief hebben. En daarmee kom ik op mijn volgende woord …..

6. De verliezers

Ofwel de mensen die het in die moderne wereld met die snelle netwerken en verbindingen niet redden, die niet voor zichzelf kunnen zorgen of dat niet willen. Mensen met psychische problemen, die schulden hebben, zichzelf verwaarlozen.

Als we nu naar ouderen kijken zien we al dat die minder hulp krijgen dan vroeger omdat ze minder kinderen hebben, die kinderen verder weg wonen vanwege de sociale mobiliteit, die ouderen zelf een slechter sociaal netwerk hebben omdat ze in hun eigen leven vaker zijn verhuisd, en desondanks diezelfde ouderen nog langer thuis blijven wonen. Ouderen willen nu al niet meer naar een verzorgingshuis, dan zeker niet. En als ze het wel willen kunnen ze er niet in omdat de financiering zo schraal is dat er geen plek voor ze is of de drempel nog hoger zal liggen dan nu. Bovendien komen er de komende 12 jaar nog zo’n 7.000 ouderen bij. We hebben dus meer ouderen en we hebben meer ouderen van de ‘soort’ die we twee, drie jaar geleden nog met enige spoed naar een verzorgingshuis stuurden.

Soortgelijke beelden zijn er ook van andere groepen te maken. De maatschappij wordt ingewikkelder, er wordt steeds meer van mensen gevraagd, een deel zal dat niet redden. Welke toekomst bijvoorbeeld hebben de wajongers, vorige week nog in het nieuws? Of de mensen met een verstandelijke beperking die zelfstandig wonen?

7. Social marketing

Ik vind dat we de laatste decennia, als het gaat om maatschappelijke problemen, weinig know how hebben opgebouwd. Of je nou kijkt naar huiselijk geweld, eten en bewegen, analfabetisme, geweld op straat, gokverslaving, alcoholgebruik, integratie, vuurwerkongelukken, noem maar op, het zijn nog steeds dezelfde problemen die we twintig, dertig jaar geleden ook al hadden. Wij, organisaties die er zich mee bezighouden, doen iets niet goed en misschien is dat wel dat we te veel naar ons toe trekken, en te weinig los laten. We mogen dan wel van alles te zeggen hebben, als klant, maar als het niet gaat zoals het moet – schulden, aan de drank, moeilijke kinderen – valt dat ineens weg. Dan zijn er ineens de officials en de hulpverleners die uit maken wat goed en slecht is. Terwijl de oplossing toch van die mensen zelf moet komen. Je kunt ze wel dwingen om zich anders te gaan gedragen maar duurzaam zal dat andere ‘gedrag’ dan nooit zijn. Het komt niet uit hen zelf.

Dit is typisch een vraagstuk dat met social marketing te maken heeft: mensen zo ver krijgen dat ze uit zichzelf beter voor zichzelf gaan zorgen. Dus niet door ze te dwingen maar door ze te helpen, andere opties voor te leggen, effectief gedrag aantrekkelijker te maken en ineffectief gedrag onaantrekkelijk, te prikkelen om het eens anders aan te pakken. Dat is klantsturing ten voeten uit want ander gedrag gaan mensen alleen laten zien als zij er zelf voor kiezen.

Voor onze interventies betekent dit dat we perfect aan moeten sluiten bij waar die mensen nu mee bezig zijn, anders werkt het niet. Klantsturing wil zeggen dat klanten zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en het fijn vinden om dat te doen. Alleen dan verandert er echt wat. En dan nog alleen als zij dat willen. Want die wil is van hun.

Op dit gebied – mensen die in de maatschappij niet mee komen ertoe brengen dat ze uit eigen beweging keuzes gaan maken die zij zelf als effectiever en prettiger ervaren – staat onze expertise nog in de kinderschoenen.

8. Gazelle-denken

Deze mensen op zo’n manier van dienst zijn kan geen enkele organisatie alleen. Meestal is de problematiek complex en zijn verschillende organisaties nodig. Je moet dan wel naar de hele klant willen kijken. Jammer is dat bij de meeste organisaties de medewerkers daar helemaal niet mee bezig zijn. Die zijn hoofdzakelijk taak-, kwaal- of baasgericht wat iets heel anders is dan klantgericht.

Om het simpel te zeggen: wie zijn klanten het allerbeste wil bieden realiseert zich dat hij niet in alles de beste kan zijn en wel moet samenwerken met andere organisaties die op hun terrein beter zijn. Samenwerking gaat dan vanzelf. Ik vergelijk dat altijd met Gazelle. Vroeger, 20 jaar geleden, was op een nieuwe Gazelle-fiets alles van het merk Gazelle maar tegenwoordig komen de remmen van Shimano, de versnelling van Nexus en het slot van Axa – van alles het beste wat er te vinden is. En wat voor Gazelle geldt geldt ook voor Batavus, Sparta, noem maar op. De vraag is wat je liever bent. Die Gazelle, Batavus, Sparta van vroeger, niet het allerbeste maar wel alles van jezelf, of die Shimano, Nexus, Axa? Wie is het sterkst?

In termen van organisaties: kijken waar je – voor je klanten – de beste in bent en de rest overlaten aan anderen die daar beter in zijn. Ik weet nog goed hoeveel moeite het in mijn organisatie gekost heeft om onderdelen waar we niet goed in waren te saneren. Dat was ongekend. Dat je een activiteit beëindigde, niet omdat dat moest van de subsidiegever, maar omdat je dat zelf wilde – om middelen vrij te maken voor nieuwe, andere activiteiten waar de klanten meer aan hebben.

Kiezen dus. Als je een heldere missie hebt gaat dat vanzelf. Als je wilt bijvoorbeeld dat de Marokkaanse jongetjes die dit jaar in Breda worden geboren over 20 jaar minstens een middelbare beroepsopleiding hebben afgerond weet je precies wat je te doen staat. Wat hiervoor nodig is, wie daarvoor moet samenwerken, wat stap voor stap het resultaat moet zijn, welke bijdrage je daar zelf aan kunt leveren, waarmee je relevant bent en waarmee onderscheidend. En met welke activiteiten je kunt stoppen omdat ze niet bijdragen.

Dit denken vanuit de missie – waarvoor non-profit organisaties zijn opgericht – gebeurt veel te weinig. Ik schrik er altijd van hoezeer non-profit organisaties sturen aan de hand van alleen maar financiële informatie die niets zegt over het resultaat in termen van de missie. Of als je ziet hoe al hun energie opgaat aan de kopzorgen over continuïteit, over de eigen organisatie. Zonder zich te realiseren dat ze de eigen organisatie niet beter kunnen dienen dan door perfect te werken aan waarvoor ze zijn opgericht. Net zoals de beste commerciële bedrijven alleen maar de beste zijn geworden door onvoorwaardelijk voor hun klanten te kiezen en die optimaal van dienst te zijn. Als ik iets mag hopen voor 2020 is het dat we daar van af zijn, dat non-profit organisaties hun missie weer voorop stellen en niet hun continuïteit of financiering want dat zijn afgeleiden.

En ook hier geldt: je komt er van af door koplopers te belonen en achterblijvers niet. Dwingen helpt niet en marktwerking zeker niet. Dan krijg je alleen maar een eindeloze bureaucratie en zogenaamde verantwoording (die de essentie niet pakt) en komen we nog veel minder bij die klanten over de vloer. Kijk naar de effecten in de jeugdzorg waar de medewerkers na 10 jaar sleuren en pushen nu een derde, soms de helft van hun tijd kwijt zijn aan administratie. Was dat de missie? En wordt er nu beter samengewerkt?

9. Meten wat er toe doet

Dus niet alleen tellen hoeveel een interventie kost maar ook wat deze bijdraagt aan wat we uiteindelijk willen bereiken. En dat ook publiek maken. Dus geen dashboard, bij de bestuurder op het bureau, maar een scoreboard zoals in een voetbalstadion of op een vliegveld zodat iedereen kan zien welke vordering geboekt is en iedereen zijn conclusies kan trekken.

Besturen wordt dan een collectieve aangelegenheid die precies past bij wat moderne mensen willen: zelf besturen, co-creëren. Bestuurders, in de politiek maar ook in profit en non-profit sector, zijn net als ‘gewone’ mensen alleen nog relevant in zoverre ze waarde toevoegen.

Meten in de sociale sector lijkt heel moeilijk omdat je niet kunt bepalen wat het effect is. Als een scholier het niet zo goed doet kunnen daar allerlei redenen voor zijn: het kan aan het kind liggen, aan iets op school wat niet goed gaat, de thuissituatie, noem maar op. Hoe zie je dan wat precies de bijdrage van organisatie x geweest is?

Die vraag is nooit helemaal te beantwoorden maar je kunt wel ver komen door vier andere vragen te stellen: door welke factoren gaat de schoolprestatie achteruit, welke van die factoren kun je beïnvloeden, wat moet je daarvoor doen, met welke activiteiten ben je het meest effectief? Diezelfde vragen kun je stellen als het gaat om verslaving, integratie, inclusief beleid, verkeersongelukken, huiselijk geweld, voor elke maatschappelijke missie die je maar bedenken kunt.

Die vier vragen dwingen je diepgaand na te denken over hoe je het meest effectief bent in het realiseren van je missie. Als je dat goed doet kom je uit bij niet meer dan vier, vijf prestatieindicatoren die er echt toe doen en die iedereen in de organisatie snapt en volgt. Waar iedereen gemakkelijk, vanuit eigen overtuiging, naar kan leven. En die heel veel lijken op dat scoreboard in het voetbalstadion of de verstrekstaat op het vliegveld.

Ik hoop dat we in 2020 zo ver zijn dat dit soort systemen van collectieve besturing van de zaken waar het om gaat veel meer zijn ingeburgerd. Dus niet van alles en nog wat meten maar alleen die zaken die er toe doen. En die presenteren op een scoreboard waar iedereen ze kan zien.

10. Jungle

Eerst had ik hier een ander woord, namelijk regie, maar dat is precies niet wat ik wil zeggen. In een jungle is er namelijk geen regie. Iedereen voert daar regie en dat is waar we met al die sociale individuen van tegenwoordig naartoe gaan. Regie, is mijn stelling voor straks, komt in de netwerkmaatschappij die we in 2020 zijn, niet meer van één speler of orgaan, maar van een heleboel spelers tegelijk. Van monovocaal zijn we onderweg naar polyvocaal.

Een overheid of een gemeente heeft weliswaar als enige de bevoegdheid om regels en wetten op te leggen, maar de ruimte om dat te doen is er alleen als de mensen die geven. Precies zoals bijvoorbeeld Microsoft geen monopolie mag hebben, Ikea geen kinderarbeid in de waardeketen mag toestaan, en een goed doel niet mag investeren in foute beleggingen. Niet omdat dat tegen de wet is, maar omdat de burgers, de klanten dat niet meer pikken. Regie heb je niet en kun je niet claimen, maar word je gegund.

Je kunt het nog mooier zeggen: als er al regie is komt die niet van organisaties of van personen maar van dat wat ze delen: een gemeenschappelijke ambitie, of een gemeenschappelijk probleem. Zoals in een voetbalwedstrijd de regie komt van de wil om samen de wedstrijd te winnen. Daarom ook dat scoreboard: dat is het gereedschap waaraan iedereen in het veld en op de tribune kan zien hoe ver we met die collectieve ambitie zijn.

Maatschappelijk iets voor elkaar krijgen lukt met zaken die we op die manier echt samen willen. Zaken dus waarbij we een gezamenlijke ambitie hebben, een gedeelde waardenset, commitment, verantwoordelijk gedrag. En een overheid die als een van de spelers haar eigen bijdrage levert: aanjaagt, uitdaagt, bewaakt, koplopers beloont, en bevordert dat iedereen koploper wil zijn.

Mijn stelling – Regie is niet meer van deze tijd. Nu al niet, in 2020 helemaal niet. Wat we nodig hebben is passie, commitment, prestaties. Wie dat toont – in gedrag – doet mee, de rest niet. Dit is niet wat ik wens of toejuich maar wat gebeurt, of we het willen of niet.

 

John Beckers, 26 mei 2008

 

Copyright © 2008 WIJ, wijbegintbijjou.nl. Passages uit deze tekst mogen worden gebruikt en verveelvuldigd mits dit gebeurt met bronvermelding. Reacties zijn welkom op emailadres johnbeckers@begintbijjou.nl.


Bronnen en achtergrondinformatie

Aardema, H., Control voor leiders. Wat doet ú aan ‘het systeem’?, Den Haag, 2007.

Andreasen, A., Marketing social change, San Francisco, 1995.

Asseldonk, T. van, Massa-individualisering, Deventer, 2000.

Bakas, A., Megatrends in Nederland, Schiedam, 2005.

Becker, H., Levenskunst op leeftijd, Delft, 2006.

Beckers, J., De klant centraal. Doen wat klanten vragen, SOB Profiles, (2006) <link>.

Beckers, J., Naar een nieuwe professionaliteit van woningcorporaties, Tilburg, 2007 <link>.

Bel, E. van, Kloteklanten, Deventer, 2007.

Boschma, J. en I. Groen, Generatie Einstein. Slimmer, sneller, socialer, Amsterdam, 2006.

Castells, M., The information age: economy, society and culture, Oxford, 1996.

Chavannes, M., De beleidsindustrie en het leven, NRC, (12 mei 2007).

Collins, J., Good to great, Amsterdam, 2004.

Collins, J., Good to great and the social sectors, Boulder, 2005.

Cuyvers, P., Al kan de burger best zonder leiders, NRC, (17 februari 2007).

Damhuis, G. e.a., www.homo-zappens.nl. Leven en werken in netwerken, Den Bosch, 2002.

Dijkstra, I., Wederom niemand geweest. Hoe hulpverleners van een logboek een liegboek maken, NRC, (4 augustus 2007).

Dyck, F. van, Het Merk Mens. Consumenten grijpen de macht, Schiedam, 2007.

Etty, W. e.a., Wijkaanpak werkt alleen op individueel niveau, Utrecht, 2007.

Florida, R., The rise of the creative class, New York, 2002.

Geelhoed, J. e.a., Plezier & prestatie, Den Haag, 2007.

Gemeente Den Haag, Mensen maken de stad, Den Haag, 2005.

Hamel, G. en B. Breen, Het einde van management zoals wij het kennen, Amsterdam, 2008.

Hilhorst, P., Beleidshomeopathie, de Volkskrant, (27 mei 2008).

Homan, Th., Organisatiedynamica, Den Haag, 2005.

Hoogendoorn, B. e.a., Schitterend organiseren, Den Haag, 2006.

Jansen, M. e.a., De gedreven organisatie, Deventer, 2008.

Kaats, E., Ph. van Klaveren en W. Opheij, Organiseren tussen organisaties, Schiedam, 2005.

Kelly, K., Nieuwe regels voor de nieuwe economie, Amsterdam, 2000.

Kluth, A., Nomads at last, The economist, (12 april 2008).

Knieriem, J. e.a., Eerst internet, Rotterdam, 2007.

Kotler, Ph. en N. Lee, Social marketing: influencing behaviors for good, Thousand Oaks, 2008.

Lans, J. van der, Koning burger. Nederland als zelfbedieningszaak, Amsterdam, 2006.

Lans, J. van, Stop de transparantieterreur, NRC, (1 maart 2008).

Leeuw, F., Gedragsmechanismen achter overheidsinterventies en rechtsregels, Maastricht, 2008 <link>

Loon, R. van, Het geheim van de leider. Zoektocht naar essentie, Assen, 2006.

Munster, O. van e.a., De tekens van de nieuwe tijd, Den Haag, 1999.

Nijs, D. en F. Peters, Imagineering. Het creëren van belevingswerelden, Amsterdam, 2004.

Piët, S., De emotiemarkt. De toekomst van de beleveniseconomie, Amsterdam, 2004.

Schaberg, J., Haal de verkeersborden weg, NRC, (17 maart 2007).

Rekenkamer Breda, In gesprek met de stad, Breda, 2007.

Roo, A. de, De spelregels van de WMO, Zorgmanagement, (2007), 3, p. 5-8.

Rozendaal, M. van, Tevredenheidsmeting waar klanten beter van worden, SOB Profiles, (2006) <link>.

Rozendaal, M. van, Tevreden klanten willen Goed, gastvrij, gezellig en gezond, SOB Profiles, (2008) <link>.

Tilburg, Th. van, J. de Jong Gierveld e.a., Zicht op eenzaamheid, Assen, 2007.

Vuijsje, H., Gesjochten in Nederland – De stille armoede van de dolende hulpzoekers, NRC, (16 december 2006).

Waal, S. de, Strategisch management voor de publieke zaak, Den Haag, 2008.

Wierdsma, A. en J. Swieringa, Lerend organiseren: als meer van hetzelfde niet helpt, Groningen, 2002.

Wintzen, E., Eckart’s notes, Rotterdam, 2007.

Opmerking

Je moet lid zijn van Welzijn in de 21e eeuw om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Welzijn in de 21e eeuw

© 2018   Gemaakt door John Beckers.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden